1. Skip to Menu
  2. Skip to Content
  3. Skip to Footer
Ontslag? Direct een jurist aan de lijn? Bel: 023-2023842 (maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.30).  Het eerste half uur is kosteloos.
Gebruikerswaardering:  / 4
ZwakZeer goed 

Vaststellingsovereenkomst

 

Een vaststellingsovereenkomst is een contract waarin de werkgever en de werknemer de afspraken van een ontslag regelen. Als u een vaststellingsovereenkomst heeft ontvangen, helpen wij u graag. Wij zullen de zaak eerst zorgvuldig met u bespreken om na te gaan wat u zelf het liefst wilt. Veel cliënten willen bijvoorbeeld geen rechtszaak, maar wel een goede deal.

 

Wij controleren uw vaststellingsovereenkomst en onderhandelen met uw werkgever.

 

Wij controleren voor u de inhoud van de beëindigingsovereenkomst en de reden voor het ontslag. Als daar fouten in staan dan kunt u bijvoorbeeld uw WW-rechten verliezen. 

Nadat wij de zaak met u hebben besproken kunnen we de sterke en zwakke juridische punten voor u onderzoeken. Wij kunnen voor u onderhandelen met uw werkgever over bijvoorbeeld de hoogte van een ontslagvergoeding verval van een concurrentiebeding, vrijstelling van werk, uitbetaling van openstaande vakantiedagen en andere zaken die kunnen worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomstNiet zelden heeft de onderhandeling door ons duizenden euro's extra voor de cliënt 

 

Wat kunt u zelf doen?

 

Als de werkgever u een voorstel doet, vraag hem dan of hij het voorstel voor u op papier wil zetten en laat deze overeenkomst vervolgens door ons nakijken. (Men noemt zo'n voorstel een beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst).

 U kunt het voorstel dat u van uw werkgever kreeg mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Wij nemen dan binnen 24 uur kosteloos contact met u op. Wilt u sneller contact dan kunt u ons bellen op 023-2023842. 

 

Ik heb de vaststellingsovereenkomst al getekend. Kan ik er nog onderuit?

 

Ook als je de vaststellingsovereenkomst al hebt getekend, kun je er soms nog onderuit. Dit blijkt uit onderstaande gerechtelijke uitspraken. Klik op de uitspraak hieronder om hem in te zien.

Rechtbank Haarlem

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL0857

Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer vereist. Omdat zo’n beëindiging ertoe kan leiden dat de werknemer geen beroep kan doen op een WW-uitkering, rust op de werkgever de verplichting om zich ervan te vergewissen dat de werknemer van die mogelijkheid op de hoogte is en desondanks instemt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Instantie: Rechtbank Haarlem; Datum uitspraak: 15-01-2010; Datum publicatie: 27-01-2010

Zaaknummer447588/ VV EXPL 09-338 Rechtsgebieden Civiel recht

Bijzondere kenmerken: Kort geding

Inhoudsindicatie

Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.

 

Eiseres is voor de duur van één jaar bij gedaagde in dienst getreden, tot 1 december 2009. Gedaagde heeft eiseres op 29 juli 2009 te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst met haar niet te willen voortzetten na die datum. Gedaagde heeft eiseres voorgesteld de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 1 oktober 2009 en eiseres tot die tijd vrij te stellen van werk met behoud van loon. Eiseres heeft na 29 juli 2009 geen werkzaamheden meer voor gedaagde verricht. Het UWV heeft eiseres vanaf 1 oktober 2009 geen WW-uitkering verstrekt. Eiseres vordert (in kort geding) loon vanaf 1 oktober 2009 tot 1 december 2009.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat gedaagde eiseres erop heeft gewezen dat zij misschien geen WW-uitkering zou krijgen, zodat vooralsnog niet aannemelijk is dat eiseres de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2009, ondanks alle mogelijke daaraan verbonden nadelige gevolgen, werkelijk heeft gewenst. De vordering wordt toegewezen.

JIN 2010/136 

 

Uitspraak

 

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 447588/ VV EXPL 09-338

datum uitspraak: 15 januari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiseres]

te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. E. Bruijn

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

x B.V.

te Luchthaven Schiphol

gedaagde

hierna te noemen x

vertegenwoordigd door haar directeur [XXX]

De procedure

[eiseres] heeft x op 17 december 2009 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2010. De gemachtigde van [eiseres] heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. [eiseres] is op 1 december 2008 bij x in dienst getreden voor een periode van één jaar, in de functie van Account Manager, tegen een salaris van € 2.150,00 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag.

2. Op 29 juli 2009 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de directeur van x, [XXX], en [eiseres]. [XXX] heeft daarbij aan [eiseres] medegedeeld de arbeidsovereenkomst met [eiseres] niet te willen verlengen, omdat hij niet tevreden was over het functioneren van [eiseres].

3. In een brief van dezelfde datum heeft [XXX] onder meer het volgende aan [eiseres] geschreven:

“Het spijt ons je vandaag te moeten meedelen dat jouw contract niet verlengd zal worden. Wij hebben op dit moment geen passend werk voorhanden [...] daarom bieden wij jou een regeling aan. Op deze manier ben je vrijgesteld van werk [...] en geven we je 2 maandsalarissen mee. Je krijgt dus tot en met 1 oktober as. salaris doorbetaald.”

4. [eiseres] heeft na 29 juli 2009 geen werkzaamheden meer voor x verricht.

5. [eiseres] heeft per 1 oktober 2009 een WW-uitkering aangevraagd.

6. Bij brief van 28 oktober 2009 heeft het UWV onder meer het volgende aan [eiseres] medegedeeld:

“Op dit moment kunnen wij geen beslissing nemen over uw aanvraag. [...] Uw werkgever kan uw dienstverband niet zomaar beëindigen. Dat betekent dat u nog steeds in dienst bent en dat uw werkgever verplicht is uw loon door te betalen.”

7. Bij brief van 18 november 2009 heeft de gemachtigde van [eiseres] de vernietigbaarheid van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ingeroepen en x verzocht om binnen vijf dagen na dagtekening het achterstallige salaris aan [eiseres] te voldoen, onder aanzegging van rechtsmaatregelen.

8. x heeft geen betalingen verricht.

De vordering

[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van x tot betaling van € 4.300,-- bruto ter zake van het achterstallige salaris over de periode van 1 oktober 2009 tot 1 december 2009 en van € 344,00 bruto ter zake van vakantiegeld, vermeerderd met de wettelijke verhoging, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente. [eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.

x heeft [eiseres] er niet op gewezen dat zij na 1 oktober 2009 geen recht zou hebben op een WW-uitkering. [eiseres] verkeerde daarom in de veronderstelling dat zij, indien zij na 1 oktober 2009 geen ander werk zou hebben gevonden, in aanmerking zou komen voor een WW-uitkering. [eiseres] kan derhalve niet worden geacht ondubbelzinnig te hebben ingestemd met de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2009.

Nu x niet beschikt over een ontslagvergunning van het UWV, is de arbeidsovereenkomst na 1 oktober 2009 blijven voortbestaan. x dient haar betalingsverplichtingen jegens [eiseres] na te komen tot 1 december 2009, het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst.

Nu x met betaling in verzuim is, is zij tevens de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het achterstallige salaris en vakantiegeld verschuldigd.

Het verweer

x betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

[XXX] heeft bij het gesprek op 29 juli 2009 tegen [eiseres] gezegd dat zij er rekening mee moest houden dat zij wellicht geen WW-uitkering zou krijgen. Dat was volgens [eiseres] geen probleem, want zij ging toch iets anders doen. [eiseres] heeft dus zonder enig voorbehoud ingestemd met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2009. Daarmee is de betalingsverplichting van x geëindigd.

De beoordeling

De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiseres] zal worden toegewezen.

Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer vereist. Omdat zo’n beëindiging ertoe kan leiden dat de werknemer geen beroep kan doen op een WW-uitkering, rust op de werkgever de verplichting om zich ervan te vergewissen dat de werknemer van die mogelijkheid op de hoogte is en desondanks instemt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

x stelt dat zij [eiseres] op 29 juli 2009 erop heeft gewezen dat zij misschien geen WW-uitkering zou krijgen. [eiseres] heeft dit gemotiveerd betwist. Volgens [eiseres] is dat onderwerp op 29 juli 2009 helemaal niet ter sprake geweest.

Op x rust de bewijslast van haar stelling. Voor getuigenbewijs leent de onderhavige procedure zich, gelet op het spoedeisend karakter daarvan, echter niet. In aanmerking genomen dat in de brief van 29 juli 2009 noch in enig ander stuk steun kan worden gevonden voor de stelling van x, is naar het oordeel van de kantonrechter vooralsnog niet aannemelijk dat [eiseres] de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2009, ondanks alle mogelijke daaraan verbonden nadelige gevolgen, werkelijk heeft gewenst.

Dit leidt tot het voorlopig oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 1 oktober 2009 is blijven voortbestaan, zodat de vordering tot betaling van achterstallig loon en vakantiegeld over oktober en november 2009 zal worden toegewezen. De wettelijke rente is eveneens toewijsbaar, nu x met betaling in verzuim is gekomen.

De wettelijke verhoging zal ambtshalve worden gematigd tot 20% op grond van de omstandigheden van het geval.

De proceskosten komen voor rekening van x omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt x bij wijze van voorlopige voorziening om aan [eiseres] te betalen € 4.300,00 bruto ter zake van salaris en € 344,00 bruto ter zake van vakantiegeld over de periode van 1 oktober 2009 tot 1 december 2009, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt x bij wijze van voorlopige voorziening tot betaling aan [eiseres] van de wettelijke verhoging van maximaal 20% over het hiervoor toegewezen loon en vakantiegeld;

- veroordeelt x tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 85,98

vastrecht € 208.00

salaris gemachtigde € 400,00;

te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.833 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp, bijgestaan door drs. A.J. Verkruisen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.

Gerechtshof Amsterdam

 

ECLI:NL:GHAMS:2013:2859

Beëindigingsovereenkomst. Werkgever heeft zich onvoldoende ervan vergewist of werknemer de wil had de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Beoordelingsmoment.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
200.121.179-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindigingsovereenkomst. Werkgever heeft zich onvoldoende ervan vergewist of werknemer de wil had de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Beoordelingsmoment.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl 

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel en belastingrecht, team II

zaaknummer: 200.121.179/01

kenmerk rechtbank: 397462 \ CV EXPL 12-1132 \ JG

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 september 2013

(bij vervroeging)

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

x B.V.,

gevestigd te Oostwoud,

appellante,

advocaat: mr. A.J. Butter te Hoorn,

tegen



[geïntimeerde],

wonende te Enkhuizen,

geïntimeerde,

advocaat: mr. F.S. Cuperus te Zwaag (onttrokken).

Partijen worden hierna x en [geïntimeerde] genoemd.

1Het verloop van het geding in hoger beroep

Bij dagvaarding van 24 januari 2013 is x in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Alkmaar, sector kanton, locatie Hoorn (verder: de kantonrechter) van 29 oktober 2012, onder bovengenoemd kenmerk gewezen tussen haar als gedaagde en [geïntimeerde] als eiser.

x heeft bij memorie drie grieven geformuleerd, producties in het geding gebracht, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen met diens veroordeling in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten van het hoger beroep vanaf veertien dagen na het wijzen van arrest.

[geïntimeerde] heeft geen memorie van antwoord genomen. Zijn advocaat heeft zich ter rolle van het hof van 7 mei 2013 onttrokken.

Vervolgens heeft x arrest gevraagd.

2De feiten

De kantonrechter heeft in het in deze zaak op 6 augustus 2012 gewezen tussenvonnis onder 1. a. tot en met d. een aantal feiten vermeld en tot uitgangspunt genomen. Omdat die feiten tussen partijen niet in geschil zijn zal ook het hof daarvan uitgaan.

3De beoordeling

3.1

Het gaat in deze zaak om het volgende.

(1) Op 12 september 2011 is [geïntimeerde] voor de duur van zes maanden als asbestsaneerder bij x in dienst getreden tegen een nettoloon van € 1.475,- per vier weken (€ 1.960,84 bruto), exclusief acht procent vakantietoeslag.

(ii) Op 25 november 2011 hebben partijen een overeenkomst ondertekend waarbij de arbeidsovereenkomst werd beëindigd per 2 december 2011.

(iii) Bij brief van 12 december 2011 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde] de vernietigbaarheid van de beëindigingsovereenkomst ingeroepen wegens bedreiging/dwang van de kant van x bij de ondertekening daarvan. [geïntimeerde] verklaarde zich in deze brief “formeel juridisch” beschikbaar voor het verrichten van de bedongen arbeid en maakte aanspraak op doorbetaling van loon.

(iv) x heeft vanaf 2 december 2012 geen loon meer aan [geïntimeerde] betaald.

3.2

[geïntimeerde] heeft, naast doorbetaling van het loon tot het einde van het dienstverband ten bedrage van € 1.960,84 bruto per vier weken exclusief acht procent vakantietoeslag met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, gevorderd voor recht te verklaren, primair dat de door partijen gesloten beëindigingsovereenkomst vernietigbaar is omdat deze door dwang of bedreiging tot stand is gekomen, subsidiair dat de door partijen gesloten beëindigingsovereenkomst vernietigbaar is omdat x heeft gehandeld in strijd met de regels van goed werkgeverschap door [geïntimeerde] niet uitdrukkelijk te wijzen op de gevolgen van de ondertekening van de beëindigingsovereenkomst zodat deze onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, en, meer subsidiair, dat de beëindigingsovereenkomst geen rechtsgevolg heeft omdat x heeft gehandeld in strijd de regels van goed werkgeverschap door [geïntimeerde] niet uitdrukkelijk te wijzen op de gevolgen van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de meer subsidiair gevorderde verklaring voor recht gegeven en x veroordeeld tot het betalen van het loon tot 11 maart 2012, de wettelijke verhoging gematigd tot vijftien procent en de wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging toegewezen vanaf 12 december 2011. Tegen dit vonnis en de gronden waarop het berust richten zich de grieven.

3.3

Het hof ziet aanleiding eerst grief 2 te bespreken die zich richt tegen de overweging van de kantonrechter dat het op de weg van x lag om te verifiëren of [geïntimeerde] ook de mogelijk negatieve gevolgen van een beëindigingsovereenkomst wilde, hetgeen niet is gebleken. Ter toelichting stelt x dat de kantonrechter de feiten en omstandigheden niet in onderlinge samenhang heeft afgewogen. [geïntimeerde] heeft zich op 1 december 2011, dus direct na het ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst in het Handelsregister ingeschreven als zelfstandige. Deze inschrijving vormt een aanwijzing voor de mededeling die [geïntimeerde] ten tijde van het ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst deed dat hij binnen een week ander werk zou vinden. Bovendien blijkt hieruit dat [geïntimeerde] niet afhankelijk wil zijn van een WW-uitkering. De inschrijving kan een eventuele toekenning van een WW-uitkering in de weg staan. [geïntimeerde] heeft nooit stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij een WW-uitkering heeft aangevraagd en evenmin heeft hij een weigering van een aanvraag getoond, aldus nog steeds x.

3.4

Het hof oordeelt als volgt. De vraag of x zich ervan diende te vergewissen of [geïntimeerde] de wil had de arbeidsovereenkomst te beëindigen met alle mogelijk nadelige gevolgen van dien moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden die zich voordeden ten tijde van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst. Als [geïntimeerde] zich daarna als zelfstandige heeft ingeschreven in het Handelsregister kan daaruit zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ook in samenhang met hetgeen x overigens heeft gesteld, niet worden afgeleid dat hij zich bij het aangaan van de beëindigingsovereenkomst realiseerde wat daarvan de mogelijk negatieve gevolgen voor hem waren. Indien [geïntimeerde] geen WW-uitkering heeft aangevraagd, geldt daarvoor hetzelfde. Hierop stuit grief 2 af.

3.5

De grieven 1 en 3 die betrekking hebben op de omvang van de door de kantonrechter toegewezen loonvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling. De grieven falen. [geïntimeerde] heeft zich bij de genoemde brief van zijn gemachtigde van 12 december 2011 beschikbaar gehouden voor het verrichten van de bedongen arbeid. Als [geïntimeerde] gedurende de periode waarover hij doorbetaling van loon vordert als zelfstandige werkzaamheden heeft verricht kan daar niet zonder meer uit worden afgeleid dat deze beschikbaarheid heeft opgehouden te bestaan. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist die door x niet zijn gesteld.

3.6

De grieven zijn tevergeefs voorgedragen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd, wat er zij van hetgeen de kantonrechter heeft overwogen omtrent de omvang van de loonvordering.

3De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

verwijst x in de kosten van de procedure aan de kant van [geïntimeerde], in hoger beroep begroot op € 299,- aan verschotten en nihil voor salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.F.M. Cortenraad, D.J. van der Kwaak en S.F. Schütz en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 september 2013.

 

 

 

2.vaststellingsovereenkomst laten controleren - 5.0 out of 5 based on 4 votes